| | Als we het over de organisatie van ons onderwijs hebben bedoelen we daarmee: de manier, waarop de kinderen leren èn de verschillende werken groeperingsvormen.
De manier van leren (het onderwijsmodel)
Bij het maken van schriftelijke opdrachten bestaan er tussen kinderen tempo- en niveau-verschillen. Om die verschillen goed op te vangen maken de meeste methodes gebruik van het Dat beheersingsleren gaat als volgt:
Iedere les bevat basisstof en extra stof. De basisstof (=minimumstof)wordt door alle kinderen gemaakt. Kinderen, die eerder klaar zijn, maken ook de extra stof. Deze extra uitloopopdrachten zijn bedoeld om verschillen in tempo, niveau en belangstelling op te vangen. Na een aantal lessen volgt een toets. In deze toets wordt de basisstof getoetst. Afhankelijk van de resultaten van die toets krijgen leerlingen, die de toets goed hebben gemaakt, verrijkingsstof of verdiepingsstof. Kinderen, die de basisstof onvoldoende blijken te beheersen, krijgen na de toets extra uitleg, gevolgd door herhalingsstof. Daarna beginnen alle kinderen met de volgende serie lessen, gevolgd door een toets enz, enz. Dit principe wordt toegepast bij de vakken: Rekenen, Taal, Spelling, Begrijpend Lezen, Studerend Lezen, Geschiedenis en gedeeltelijk ook bij Aardrijkskunde.
Hieronder geven we het beheersingsleren schematisch weer.
|